De Tuinen van Hartstocht heeft geen losse verkoop maar leden. Zij betalen aan het begin van het jaar en mogen dan vanaf eind april 30 weken komen oogsten. Maar waarom vinden ze dat eigenlijk leuk? En hoe beleven zij de tuin? We vroegen het Linda, Franc, en hun drie kinderen David (4), Sam en Benjamin (2) uit Driemond.

Waarom zijn jullie lid geworden?
Linda: “We hadden er via een ander lid uit Driemond over de tuin gehoord. Die avond bekeken we de website en zijn we meteen lid geworden. We hebben ooit geprobeerd zelf groente te telen, maar dan zit je toch een beetje beteuterd met 13 sperziebonen en door slakken aangegeten sla. Nu hebben we ruime keuze uit al die verse groente. Bovendien zijn ze biologische geteeld door tuinders die we kennen. En we kunnen het op de fiets halen.”

Franc: “In het begin was ik wel een beetje bang dat er vooral zweverige mensen op af zouden komen die zichzelf hopen te vinden op het land, maar dat blijkt niet het geval. Leuke mensen. Het was dan ook erg gezellig afgelopen jaar bij de pers-je-eigen appelsap en andere ledenmiddagen die jullie organiseren.”

Hoe vaak komen jullie ongeveer oogsten?
Linda: “Ik kom ongeveer 1 keer per week. En ben altijd heel gelukkig als ik hier de tuin op loop. Het is voor de kinderen ook een superuitje. Kalfjes kijken, geitjes aaien, door de plassen rennen, in de modder stampen. Bovendien, David wilde nooit ‘blaadjes’ eten, maar als nu hij het zelf oogst, lust hij het wel.”

Wat vind je het lekkerst?
David (4): “De tomaten zijn het lekkerst. Die vind ik het leukst om te oogsten. Ik vind niks niet lekker!”

Wat vind je verrassend aan zelf oogsten?
Linda: “Het leuke is dat we nu eerst oogsten en dan bedenken wat we ermee gaan koken. In plaats van dat we bedenken wat we eten, en dan de ingrediënten kopen in de winkel. Zo hebben we nu allemaal nieuwe recepten.”

Franc: “Wat je allemaal met raapstelen kunt doen! Haha, de eerste oogstmaand is het aanbod nog niet zo groot en moet je wel wat creatief zijn. Maar lekker hoor: raapstelenstamppot, raapstelenpasta, raapstelenpesto…”